Openingstekst 3 september

Kleurrijk en vitaal
Afgelopen woensdag werd er een persbericht aan mij doorgestuurd: ‘Coolsingel’s Gabo wordt opgeknapt’. Een melding dat men de stalen sculptuur van lijnen en perspectieven, pal naast de Bijenkorf, eindelijk gaat aanpakken. Het kunstwerk zonder titel, geplaatst in 1956 –mijn geboortejaar- en het jaar daarna onthuld, is ondertussen zwaar verroest. Als ‘het ding’, zoals veel Rotterdammers het ondertussen noemen, nog veel langer zo blijft staan, kan het als schroot worden afgevoerd. Degene die mij het persbericht doorstuurde was mijn partner, die weet hoezeer ik mij erger aan de wijze waarop er in deze stad soms met kunst en historisch erfgoed wordt omgegaan, eigendom of geen eigendom. In het bijzonder dit beeld, dat voor mij symbool staat voor de dynamiek van de moderne stad; enerzijds zwaar en bombastisch, anderzijds complex, fijn en gevoelig.
Rotterdam en kunst. Vorig jaar was ik bij een lezing van Siebe Thissen, hoofd beeldende kunst & Openbare Ruimte en schrijver van een kort geleden verschenen vuistdik boek met de titel ‘Beelden, stadsverfraaiing in Rotterdam sinds 1940’. Die lezing ging over verweesde beelden. In de openbare ruimte van Rotterdam staan ruim 800 gemeentelijke kunstwerken. Slechts 250 worden onderhouden. En 550 niet. Die staan weg te kwijnen op anonieme plekken. Siebe zoekt daar pleegouders voor. Hij legde uit dat er buurten zijn waar bewoners zo’n beeld adopteren; waar spontaan een collectief buurtoudergevoel opbloeit. Mooi!
Op de uitnodiging van de expositie van vanmiddag staat een door Willem gemaakte afbeelding van het beeld ‘De verwoeste stad’; het oorlogsmonument van deze stad gemaakt door de Russische kunstenaar Ossip Zadkine. Dit beeld, Jan Gat voor de Rotterdammer en kado gedaan door de directie van de Bijenkorf, is alles behalve verweesd. Het is het troetelkind van zo ongeveer alle échte Rotterdammers. Ook van Willem.
Rotterdam en kunst; het komt zo ongeveer samen in de persoon en in het werk van Willem van Hest. Geboren in 1953 in het Oude Westen van voor de stadsvernieuwing; de Saftleverstraat. Hij woonde bijna 20 jaar in een soort familiecommune, met ouders, broers, ooms, tantes, neven en nichten. Hier ontstond al de liefde voor de kunst.
Willem bracht twee schildersdagboeken uit, tekstfragmenten, rijk geïllustreerd met schilderijen, zeefdrukken en tekeningen. Het geeft een mooi overzicht van zijn werk én zijn ontwikkeling. Tussen de vele afbeeldingen schrijft hij daar openhartig over.
Ergens aan het eind van de tachtiger jaren ontmoeten wij elkaar voor het eerst, meer dan 25 jaar geleden. Ik was te eten gevraagd door een gemeenschappelijke vriendin. In zijn appartementje aan de Gerdesiaweg. Dat appartement, nog steeds door hem in gebruik, is een kunstwerk op zich. Ik constateerde die avond dat Willem culinair ook aardig uit de voeten kan.
Het was de periode dat Willem bijna uitsluitend bezig was met het menselijk lichaam. Hij schilderde vrouwen in vele variaties. Ongetwijfeld een weerslag van wat hem op dat moment het meeste boeide in het leven. Ook hierbij verwijs ik naar zijn dagboeken. Ik maakte de fase mee waarin hij van een tamelijk figuratief vrouwenlichaam, waarin lijnen sterk geaccentueerd werden, stap voor stap evolueerde naar werk met een volstrekt abstract lijnenspel van bijna mathematische vormen en rondingen; patronen en structuren. En altijd met kleur. Toen nog wat sober en later steeds uitbundiger. Zoals hier, op deze expositie.
Willem woonde op dat moment aan de Provenierssingel, waar hij één lange wand van de woonkamer beschilderd had; een schilderij van zo’n 15 meter lang en bijna 3 meter hoog. Vaak heb ik er gefascineerd naar gekeken. Mede omdat in al die patronen, nog steeds vrouwenlichamen waarneembaar waren.
In deze fase ontstond er een relatie tussen Willem en Delfshaven. Aan de Voorhaven opende hij samen met Joke een galerie; galerie de Brieder. Memorabel is dat ik hier mijn allereerste kunstwerkje kocht. Een klein abstract werk van Mette Bauer, dat ik verwierf voor de prijs van f 275,=. Ik koester het tot op de dag van vandaag.
Met het klimmen der jaren verbreedt en vertakt zijn werk zich. Of is het de invloed van Trudy, alweer 23 jaar zijn muze. Waarschijnlijke allebei. Naast rondborstige vrouwen (die er nog steeds zijn), gaat hij stillevens schilderen. En portretten. Samen met Ron Blom vormt hij ‘De Ontmoeting’, van waaruit zij sociale projecten doen; op scholen en met Havenzicht, een opvang voor daklozen in Kralingen. En recent, dat heeft zeker met leeftijd te maken, een project over oud worden en dood gaan. ‘De laatste fase’, samen met een aantal andere kunstenaars. Onderdeel daarvan zijn werken en bespiegelingen over de apostel Paulus. Daarin komen uit onze verschillende oorsprong voortkomende interpretaties -van hem Rooms Katholiek, van mij Calvinistische Gereformeerd- lijnrecht tegenover elkaar te staan. Tja.
En dan is er Rotterdam. In toenemende mate schildert hij de stad van zijn geboorte. Waar hij nooit uit weg is gegaan. Groot en panoramisch, de skyline met de vele moderne gebouwen; architectuur waar Rotterdam wereldfaam mee verwerft. En klein en subtiel; kerkjes en geveltjes. En alles daartussen. Voor deze expositie maakte hij mooie sjabloondrukken van Markthal en Centraal Station; een speciale techniek met acrylverf. Dominant thema in zijn stedelijk werk is de Erasmusbrug, waarvan dit jaar het 20 jarig bestaan wordt gevierd. Waar blijft de tijd. Mooi om juist nu deze expositie te hebben. Kleurrijk en vitaal. En dan ook nog tijdens Wereldhavendagen.
Rotterdam en kunst; het beeld van Gabo wordt binnenkort van de sokkel gehaald. Mogelijk gelijktijdig met de aanpak van de Coolsingel. Voor zover ik heb kunnen nagaan is het beeld van Gabo nooit door Willem geschilderd of getekend. Ik zie ook geen andere overeenkomsten met zijn werk. Of het moet zijn het spel van lijnen en structuren uit de negentiger jaren; de Provenierssingeltijd.
Uiteindelijk vond ik wel een andere overeenkomst. Die las ik in het indrukwekkende boek van Siebe Thissen. Daarin beschrijft de ook al Russische kunstenaar Gabo zijn gevoel voor Rotterdam: “Ik heb Rotterdam gezien, zijn havens, zijn opbouw, zijn vitaliteit. Ik heb door de straten gewandeld en kreeg hier emoties, die ik wilde uitdrukken. Ik kon dat alleen maar visueel. Wat ik nu geconstrueerd heb, bevredigd mij volkomen en drukt precies mijn impressies uit”.
Ik feliciteer Willem én Nelly met een mooie tentoonstelling en wens u veel kijkplezier.
Arjen Baas
















                                                                                                                                                                                                                                                                                       © Naomi Tegelaar